Op 29 mei 2026 is het eerste deel van de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen — EPBD IV — in Nederland in werking getreden. Voor woningeigenaren, verhuurders en VvE's is dat geen abstracte Brusselse mijlpaal: er zijn drie dingen veranderd die u direct kunt tegenkomen.
1. Het energielabel ziet er anders uit
Labels die na 29 mei 2026 worden geregistreerd, krijgen een vernieuwd ontwerp met meer informatie: naast de klasse ziet u onder meer het finale energiegebruik, de CO₂-uitstoot en concretere informatie over isolatie, installaties en verbetermogelijkheden.
Belangrijk: labels die vóór die datum zijn geregistreerd, blijven gewoon geldig en veranderen niet. U hoeft dus niets opnieuw te laten doen. Een label blijft tien jaar geldig vanaf registratie.
Voor de langere termijn staat er nog iets op de agenda: vanaf 2030 wordt de berekeningsmethode aangepast zodat berekende en werkelijke energieprestatie dichter bij elkaar komen te liggen, en verdwijnen de klassen A+ tot en met A++++ uit het stelsel. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar het is relevant als u een investeringsbeslissing over meerdere jaren maakt.
2. Monumenten zijn niet langer uitgezonderd
De grootste praktische wijziging: sinds 29 mei 2026 geldt de energielabelplicht ook voor beschermde monumenten. Dat betreft rijksmonumenten, provinciale én gemeentelijke monumenten. U heeft een geldig label nodig bij:
- verkoop van het monument;
- verhuur van het monument;
- verlenging van een bestaande huurovereenkomst.
Bij een doorlopende huurovereenkomst zonder verlenging ontstaat de verplichting niet automatisch. Gebouwen die (deels) voor erediensten worden gebruikt, blijven uitgezonderd.
Wat het label voor monumenten niet doet, is u verplichten te verbouwen. De adviseur houdt rekening met de monumentale status: maatregelen die het pand aantasten, hoeven niet in het advies te worden opgenomen. Het label maakt de energieprestatie zichtbaar — meer niet. En voor de huurprijs geldt een uitzondering die veel eigenaren niet kennen: bij rijksmonumenten leidt een laag energielabel niet tot aftrek van WWS-punten.
3. Nieuwe eisen rond laadpunten, fietsparkeren en zonne-energie
De EPBD IV brengt ook eisen mee die in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geland. Ze raken vooral nieuwbouw, ingrijpende renovatie en utiliteitsbouw: eisen aan het aantal laadpunten bij parkeerplaatsen, aan fietsparkeerplekken en — stapsgewijs — aan de geschiktheid van gebouwen voor zonne-energie. Voor bestaande gebouwen met grote dakoppervlakken komen die zonne-eisen in latere jaren aan bod.
Daarnaast is er een wetsvoorstel in de maak dat het Burgerlijk Wetboek aanpast, zodat een appartementseigenaar in een VvE makkelijker een laadpunt op een parkeerplaats van de vereniging kan plaatsen. Ook huurders krijgen het recht zo'n laadpunt voor te stellen. Dat voorstel is nog niet in werking; houd het in de gaten als uw VvE dit jaar over laadinfrastructuur vergadert.
Wat betekent dit concreet voor u?
- Verkoopt of verhuurt u een monument? Regel het label vóórdat u de woning in de markt zet. Verkopen of verhuren zonder geldig label kan een bestuurlijke boete van de Inspectie Leefomgeving en Transport opleveren.
- Verhuurt u regulier? Het label telt mee in uw WWS-punten en dus in uw maximale huurprijs. Een verlopen label kost u punten.
- Heeft u al een label van na 1 januari 2021? Dan hoeft u niets te doen.
Bij Vastgoedvoordeel vult u uw adres in en vergelijkt u gecertificeerde EPA-adviseurs in uw regio op prijs, levertijd en beoordelingen. U plant zelf een tijdslot voor de opname en betaalt de adviseur pas nadat het label in EP-Online is geregistreerd.
